Zedenleer

Het vak niet-confessionele zedenleer is een levensbeschouwelijk vak. Dat wil zeggen dat het aansluit bij een levensbeschouwing, een manier om naar het leven aan te kijken en in het leven te staan. De levensbeschouwing die bij dit vak hoort is het vrijzinnig humanisme.

Zedenleer staat voor de ideeën over goed en kwaad. We denken na over wat goed en slecht is en hoe we in dit leven goed kunnen zijn voor anderen en onszelf.

Niet-confessioneel (niet godsdienstig) wil zeggen dat we daarbij geen god nodig hebben. We denken zelf na over wat ‘goed’ voor ons betekent en we geloven niet in heilige boeken die ons vertellen wat we moeten doen en laten.

Symbool NC-zedenleerHiernaast zie je het symbool van niet-confessionele zedenleer.
De fakkel is het licht dat de mensen helpt te zoeken naar het goede, wijsheid, kracht en schoonheid.
Door naar de waarheid op zoek te gaan en een goed en mooi leven na te streven, kunnen we mee bouwen aan een betere, menselijkere en verdraagzamere wereld.
De mannetjes staan voor verbondenheid en solidariteit. We denken niet alleen aan onszelf en we proberen van de wereld een goede plek te maken voor zoveel mogelijk mensen!

Tijdens de lessen zedenleer staan er verschillende vrijzinnige waarden centraal. Kinderen hebben er respect voor elkaar, zijn verdraagzaam, en gaan met elkaar in discussie over allerlei onderwerpen. De leerkracht niet-confessionele zedenleer fungeert als gespreksleider en begeleider om de leerlingen aan te zetten tot het nuanceren van hun antwoorden. Door middel van wetenschappelijke gegevens en vrij onderzoek worden kinderen gestimuleerd om hun eigen moraal te ontwikkelen en een eigen wereld- en mensbeeld op te bouwen. Veel voorkomende didactische werkvormen bij het behandelen van de morele thema’s zijn: groepswerk, rollenspel, discussies, stellingenspel, experimenten, verhalen, spel… De zedenleerklas is kortom een plek waar je leert leven in en met je omgeving.

Elk van onderstaande thema’s komen aan bod tijdens de lessen zedenleer. Belangrijke actuele gebeurtenissen krijgen tevens de nodige aandacht gedurende de 6 leerjaren.

  • Wie ben ik? Wie ben jij?
    (gevoelens, een mening uiten, vrijheid van gedachte, levensbeschouwing, dit ben ik)
  • Ik wil groeien.
    (gezondheid, armoede, wonen en leefomgeving mens en natuur/milieu, mens en dier, vriendschap, ik naar de anderen)
  • Wees creatief
    (onderwijs, zintuigen, media, reclame en propaganda; vrije tijd, sport, jongerencultuur )
  • Elk kind is mijn kind.
    ( gezin en familie, ouders en grootouders, kind en scheiding, verdriet, dood, geld, ik naar de groep )
  • Mooi anders, leven zonder vooroordeel
    (normaal is anders, eigen cultuur, gehandicapte kinderen, jongens en meisjes op gelijke voet; omgaan met vooroordelen en discriminatie)
  • Waag het niet …of
    (kinderarbeid, straatkinderen, kinderen en verslavend gedrag, pesten, kindermishandeling, werken aan weerbaarheid)
  • Ik wil vrede.
    (vredeseducatie, omgaan met macht en onmacht agressie, kindvluchtelingen, kinderen in oorlogssituaties, training van sociale competenties)
  • Alle kinderen hebben rechten
    (recht op privacy, regels en afspraken, democratie beleven)

Voor verdere vragen kunnen jullie steeds terecht bij de leerkracht N.C.Z. van uw kind.